Meidoorn bloesem © Pxhere

Droogtebestendige beplanting

Printen

In de stad leidt toenemende droogte tot schade aan het groen. De meeste grassoorten zijn slecht bestand tegen langere droogteperioden. Bomen en struiken kunnen ernstig en zelfs onherstelbaar beschadigd raken door langere droogteperioden. Om deze effecten op het stedelijk groen te beperken moet er besproeid worden. Dit gaat dan ten koste van de toch al schaarse zoetwatervoorraad tijdens droogteperioden.

Losse aanplant van bomen in plantsoenen geeft schaduw op de lagere beplanting en voorkomt zo overmatige verdamping en zorgt ook voor koele plekken voor de stadsbewoners. De bomen zelf hebben diepere wortels en kunnen zich van water voorzien. Er zijn boomsoorten die beter bestand zijn tegen droogte.

Droogtebestendige planten zijn geschikter om langere droogteperioden te overbruggen en gebruiken minder grondwater. Hoewel alle klimaatscenario’s een gemiddelde winterse temperatuurstijging laten zien moet beplanting in Nederland toch bestand zijn tegen vorst. Mediterrane beplanting kan dan ook niet zonder meer worden toegepast.

De schaal waarop grondwateronttrekking plaats vindt, is afhankelijk van de vegetatiesoort. Als vuistregel voor een boom bijvoorbeeld kan worden aangehouden dat een boom grondwater onttrekt uit een gebied ter grootte van driemaal de diameter van de kroon.

Bij problemen met funderingen en bij grondwateronderlast kan het verwijderen van een grote boom en het vervangen daarvan door een droogtebestendige boom veel effect hebben.

Het verwijderen van een grote boom heeft ook nadelige gevolgen: de schaduwwerking verdwijnt, het koelende effect door verdamping verdwijnt het vermindert de biodiversiteit.

Relevante wet- en regelgeving voor de aanleg van groen en het verwijderen van bomen is de WABO bijzondere wetgeving en APV, en de WRO/Bestemmingsplan. Afhankelijk van of het publiek of privé terrein is, zijn de gemeente of de perceeleigenaar verantwoordelijk voor aanleg, beheer en onderhoud.

Voorbeelden van droogtebestendige bomen zijn: trompetboom, Canadese judasboom, meidoorn, Amerikaans iep, sierpeer. In het algemeen is het zo dat bomen door hun diepe wortels zelf minder last hebben van lage grondwaterstanden en droge perioden vaak relatief goed kunnen doorstaan. Bomen hebben meer last van wateroverlast; hier kunnen ze maar een zeer beperkte tijd tegen.  [Bennink, 2010]

Zie ook het thema Hitte.