Data

  • Omvang: wijkniveau
  • Start jaar: 2018
  • Locatie: Antwerpen

Printen

Wat

De stad Antwerpen – als partner in het Europese URBACT-project ‘Resilient Europe’ – gebruikt het concept van stedelijke veerkrachtigheid als kader om sociale en ruimtelijke aspecten te integreren in de beleidsevolutie rond klimaatadaptatie. Stedelijke veerkrachtigheid wordt als een verbindend en integrerend vehikel gebruikt om de levenskwaliteit te vergroten door te experimenteren met cocreatieve methoden.

De stad Antwerpen schakelde hiervoor haar innovatief toekomstplatform ‘Stadslab2050’ in. Dit platform nodigt op regelmatige basis experten, middenveldorganisaties, burgers en lokale overheden uit om samen experimentele stedelijke interventies te organiseren.

Vanuit een lokale aanpak koos het platform ditmaal voor de Sint-Andrieswijk. De wijk werd gekozen vanwege haar voorgeschiedenis en affiniteit met het thema klimaatrobuustheid. Twee grote infrastructuurprojecten met tal van maatregelen voor klimaatadaptatie – de vernieuwing van de Gedempte Zuiderdokken en de heraanleg van de Scheldekaaien – zijn in volle ontwikkeling en de bewoners van Sint-Andries werden uitvoerig geconsulteerd in het participatieproces hiervoor. Bovendien wordt menig plan opgemaakt om straten en pleintjes in de wijk te vernieuwen met oog op vergroening en verblauwing.

WAAROM

De Sint-Andrieswijk is gesitueerd in het oude stadscentrum, vlak naast de Schelde. Ondanks de (topografisch gezien) hogere ligging ten opzichte van de omgeving heeft de wijk nog steeds te kampen met uitdagingen rond waterbeheer vanwege het gebrek aan groen en het groot aandeel verharde oppervlakten. De mogelijkheden van de lokale overheid om deze uitdagingen het hoofd te bieden zijn beperkt. Gedeelde verantwoordelijkheid om een klimaatrobuuste wijk mogelijk te maken, is daarom onontbeerlijk.

De voornaamste uitdagingen van de klimaatverandering voor de stad en Sint-Andrieswijk in het bijzonder zijn:

  • Extreme temperaturen
  • Intense regenval en rivieroverstromingen
  • Stijging van de zeespiegel en stormen
  • Drinkwaterschaarste en droogte
  • Verminderde biodiversiteit
  • Financiële gevolgen
  • Gezondheidskwesties
  • Beperkte infrastructurele capaciteiten

MET WIE

  • burgers
  • de overheid
  • experten

HOE

De weg naar een allesomvattend actieplan

Bij de aanvang van dit project was het in eerste instantie zaak om betrokkenheid van de verschillende stedelijke diensten te genereren, een expert aan te stellen die het proces in goede banen kon leiden en de relevante actoren in de wijk aan te spreken, die gezamenlijk de Lokale Urbact-Groep (LUG) zouden vormen.

Kort daarop organiseerde de projectleiders een expertenconsultatie om de uitdagingen met als doel experts in verschillende wetenschappelijke onderzoeksgebieden (demografie, ecosystemen, infrastructuur, institutioneel) de belangrijkste uitdagingen rond klimaatadaptatie in de Sint-Andrieswijk in kaart te brengen. Dit zou de basis vormen waarop de LUG zou verder werken.

Een startvergadering van de LUG volgde kort na de experten consultatie, om een beter begrip te krijgen van de uitdagingen die in kaart werden gebracht. Allereerst werd de omgeving vanuit een klimaatadaptief perspectief uitgetekend en werden in kleine groepjes de verschillende uitdagingen opgesomd om nadien in grote groep te bespreken. Op basis van de bevindingen van de experts werden de verschillende uitdagingen geprioriteerd volgens de ‘Dat-kan’-methode.(Can-do methode)

de can-do methode

CAN-DO METHODE

Het verwerken van de bevindingen en mogelijke interventies in een mind map resulteerde in 5 doelstellingen, 20 concrete uitdagingen en 50 mogelijke interventies. Hieruit kwamen 20 experimenten bovendrijven. Samen met de externe procesbegeleider werden er potentiële ‘ambassadeurs’ voor de experimenten gecontacteerd.

Na dat alles in kaart was gebracht, organiseerde de LUG workshops over concrete interventies. Het doel van deze workshops was niet louter de uitdagingen en doelstellingen te bestendigen, maar ook om de groep aan te sporen tot actie en het vormen van experimentteams. Hiervoor werd de mind map als een synthese van het denkwerk gepresenteerd en ter goedkeuring voorgelegd aan de hele LUG en werden de mogelijke acties met het grootste potentieel opgesomd.

De projectteams specifieerden en definieerden de experimenten verder aan de hand van een projectsjabloon, kregen gerichte coaching (onontbeerlijk voor het welslagen) en presenteerden ondersteuningsmiddelen voor de volgende fase van het project.

ULG workshop

Op basis van deze workshops begonnen de projectleiders van de stad Antwerpen projectoproepen te verzamelen van de verschillende projectteams die werden gecommuniceerd op de Stadslab2050-kanalen (bv. de oproep voor platte daken).

De procesbegeleider kende Antwerpen als zijn broekzak en beschikte dan ook over een aanzienlijk netwerk in de buurt, wat zijn vruchten afwierp: er werden al snel potentiële synergiën met lokale organisaties geïdentificeerd in de nasleep van de LUG workshops en contact gelegd. Door het proces heen bleven interessante nieuwe actoren zich aandienen bij de LUG. Tot op de dag van vandaag is de procesbegeleider bezig met het opbouwen en bestendigen van een netwerk tussen experts, de gemeente en burgers. Vanuit de gemeente zelf werd een thematisch geschikte collega toegewezen per experiment van de LUG, zodat de experimentele teams een direct aanspreekpunt hadden binnen de stad.

De projectteams begonnen ook buiten de officiële workshops af te spreken. Om de teams inhoudelijk op de rails te houden, werden coaching sessies georganiseerd waarin de projectambassadeurs ondersteuning kregen van de procesbegeleider en de ambtelijke projectleiders.

Om al deze ideeën een brede ingang te laten vinden, begon Stadslab2050 interviews af te nemen met de ambassadeurs en deze te publiceren.

StadsLab2050 communicatie

Om tot vergelijkende inzichten te komen, werd een inspirerende uitstap georganiseerd op locatie in Rotterdam. De leden van de LUG en lokale politici werden uitgenodigd om lessen te komen trekken uit de ervaringen en experimenten die in Rotterdam werden gevoerd. Zo boden de Rotterdamse ambtenaren inzicht in de lokale kijk op stedelijke weerbaarheid, hun dakenbeleid en waterbeheer.

Ondanks dat alle ideeën van de projectteams goed werden bevonden, werden twee specifieke projecten uitgekozen om coaching te krijgen door het hele project heen : ‘Groene Ader’ en ‘Multifunctionele daken’. Beide projecten werd begeleiding geboden om ze te ondersteunen bij het beïnvloeden van het stedelijk beleid en hoe ze die individuele prestaties konden opschalen.

Door zich gaandeweg zelf te ontpoppen tot ware experts, gidsten tien leden van de LUG hun Europese partners van het Resilient Europe-project door de Sint-Andrieswijk, waarbij ze het proces, de experimenten, hun dromen en de uitdagingen toelichtten. Ze vergeleken ook de verschillende methodieken die in alle steden werden gehanteerd en succesvol bleken.

Het kernteam van het LUG wilde het project levend houden en werkte een actieplan voor 2018 uit, wat resulteerde in 10 concrete acties om de wijk in de toekomst klimaatrobuust te maken.

Tegen het einde van 2017, organiseerde de LUG een halftijdse evaluatie waarbij een overzicht werd gepresenteerd van het proces en de prestaties tot dan toe, van de lopende experimenten en een blik op de toekomst werd geworpen. Tijdens dit evaluatiemoment reflecteerde de groep ook over hoe de samenwerking verliep. Ook lokale politici namen deel aan deze evaluatie.

Ongeveer rond dezelfde periode organiseerde de projectleiders van de stad een interne halftijdse evaluatie om het gelopen proces te evalueren en de rol van – en samenwerking tussen – de verschillende stadsdiensten onder de loep te nemen. Tijdens dit moment werden de vooropgestelde doelen en de huidige dynamiek in de wijk besproken, in het licht van nieuwe bestuursvormen en een nieuwe rol voor de overheid. Nadien werden ook de voorwaarden bepaald om soortgelijke projecten elders te kunnen opzetten.

Het operationaliseren van de doelstellingen

Tijdens de startvergadering bepaalde de LUG enkele uitdagingen voor Sint-Andries over klimaatadaptatie. Uit deze uitdagingen werd een resem doelstellingen gepuurd, waaruit 5 concrete waarop de groep zou werken.

De 5 doelstellingen

  1. Van Sint-Andries een aangename buurt maken om in te wonen;
  2. De daken in Sint-Andries op een multifunctionele manier gebruiken met ook op klimaatadaptatie;
  3. Inzetten op infiltratie, buffering en recuperatie van water om de wijk waterrobuust te maken;
  4. De veerkrachtigheid van de bewoners vergroten om te kunnen omgaan met de gevolgen van de klimaatverandering;
  5. Cocreatie met verschillende stakeholders stimuleren.

De LUG formuleerde 9 principes om deze uitdagingen benaderen:

  1. Duurzaamheid en klimaatrobuustheid zijn coherente doelstellingen;
  2. Leren door te doen: leren van experimenten brengt ons dichter bij onze droom;
  3. Maximale steun: vanaf de start legden we ons erop toe een zo groot mogelijke steun te vergaren;
  4. Sociale duurzaamheid: trachten alle bewoners mee aan boord te krijgen, ook de meer kwetsbare;
  5. De krachten bundelen tussen burgers, ambtenarij, beleidsmakers, organisaties en bedrijven;
  6. Leerlessen in burgerparticipatie, met nuttige lessen over de samenwerking burger – beleid;
  7. Van buurt naar stad: experimenten kunnen opschalen van Sint-Andries naar andere delen van – of de hele – stad;
  8. Van experiment naar beleid: de experimenten in de wijk vinden stilaan hun weg naar het stedelijk beleid;
  9. Netwerken: samenwerken met andere steden (uit het Europees netwerk)

Voorbeeld van succesvol experiment: De Groene Ader

Het idee ontstond al bij het begin van het proces. Eén van de LUG-leden zag al snel synergiën tussen dit project en mogelijke subsidiestromen. Hij diende dit projectvoorstel in bij de Burgerbegroting van het district Antwerpen. Het buurtcomité had al een lokaal onderzoek uitgevoerd naar de wandelbaarheid van de buurt. Het idee was om nu de visie van een voetganger vriendelijke buurt te combineren met aspecten van klimaatrobuustheid.

Tijdens de verschillende brainstormsessies geraakten meer en meer ULG-leden geprikkeld door het idee om een groene ader te creëren die los door de wijk liep en waar je verschillende inspirerende klimaatrobuuste maatregelen kan aanschouwen. Op langere termijn wil men De Groene Ader uitbouwen tot een groene, waterdoorlatende, koele en klimaatrobuuste zone, waarin verschillende innovatieve experimenten samen komen.

Het experiment bleek uitermate geschikt om mensen te activeren rond klimaatrobuustheid. Eén van de voordelen was dat de acties plaatsvonden in een relatief klein gebied: dat maakt het tastbaar en maakt dat de mensen zorg blijven dragen voor hun eigen ‘creaties’.

Droomdag

Het experiment van De Groene Ader nam een vliegende start met een ‘Droomdag’, waarin verschillende voorstellen voor een ‘Doedag’ werden opgegooid en besproken. De LUG nam zelf de communicatie voor dit evenement voor haar rekening en schakelde zelfs een bekend gezicht in om de Droomdag te promoten op de sociale media.

Dit evenement werd georganiseerd in het lokale buurthuis en mocht ongeveer 60 deelnemers ontvangen. Het werd een interactieve workshop in kleine groepjes waarin de deelnemers een thema konden kiezen waaraan ze wilden werken, bv. waterinfiltratie, groene speelplekjes, …

De begeleider van de workshop voorzag voldoende materiaal voor de verschillende groepjes, zoals inspirerende voorbeelden en afbeeldingen van bestaande situaties. Elk groepje maakte een collage over hoe ze hun straat in de toekomst zouden willen zien.

Op het einde van de dag toonde ieder groepje hun collage aan de rest van de groep en gaven tekst en uitleg. Naast verschillende thema’s werd er ook gewerkt op de verschillende onderdelen van De Groene Ader. Door alle collages aaneen te schakelen, ontstond een totaalbeeld van De Groene Ader.

Ondanks het feit dat de deelnemers werden gevraagd om te dromen, werden ze ook gevraagd om een aantal actiepunten eruit te halen die op korte termijn verwezenlijkt zouden kunnen worden. Die actiepunten zouden de focus worden van de Doe-dag later dat jaar. Om eigenaarschap over de acties te krijgen, werden de deelnemers gevraagd hun naam te schrijven op de acties waar ze graag aan zouden willen meewerken.

Het ambtelijke projectteam ondervond dat de methodologie van een Droomdag zeer efficiënt bleek om collectief aan een visie te bouwen en dialoog en uitwisseling van ideeën te vergemakkelijken, wat de deelnemers vaak deed inzien dat hoe gelijkgestemd ze waren. Het uitvoeren van een Droomdag is deel van het experiment zelf, aangezien dit op zichzelf een geheel nieuwe manier was van de toekomst te conceptualiseren, in plaats van de traditionele publieke bevragingen.

Doe-dag

Op verschillende plekken in een straal van 200m rond het hart van wat De Groene Ader zou worden, werkten verschillende teams aan micro-interventies, waar ze elkaars werk konden bekijken. Een tent op het centrale plein toonde de ‘dromen’ die werden ontwikkeld en was de plek waar de briefings werden gegeven, koffie en thee geschonken, …

Wat gebeurde er?

Sommige experimenten hadden een tijdelijk karakter:

  • Sommige bewoners wilden uittesten hoe hun ‘tuinstraat’ er in de toekomst zou gaan uitzien;
  • Sommige bewoners droomden van een groener plein en wilden uittesten in welke mate een combinatie van sport, spel en meer groen mogelijk was daar.

Andere experimenten hadden een meer permanent karakter:

  • Jeugdorganisatie Habbekrats ontharde 30m² van het plein waar de jeugd dagelijks speelt;
  • Bewoners vervingen 47 straatstenen door groen;
  • Groenwerkers van de stad maakten 12 gaten om te beplanten. De locaties van de gaten werden gekozen samen met de bewoners, die nadien zelf de planten plaatsten en zorgen voor het onderhoud;
  • Een team van lokale professionals, samen met enkele jongeren die interesse hebben in Doe-het-zelf, maakten een regenwaterput met begroeiing erbovenop, zodat al het nieuwe groen kan besproeid worden met regenwater.

Aan het einde van de dag wandelde de hele groep langs alle experimenten, om de resultaten en de vervolg te bespreken. Lokale politici kwamen de resultaten bewonderen.

Interessant was dat deze Doe-dag werd georganiseerd tijdens ‘autovrije zondag’. De buurt was volledig vrij van autoverkeer, wat het ideale moment was om veilig op straat te werken en de experimenten maximale zichtbaarheid te geven. Honderden wandelaars en fietsers kwamen voorbij. Twee bewoners werden afgevaardigd om wandelaars te verwelkomen en uitleg te geven. Veel nieuwsgierige buurtbewoners boden spontaan aan om te helpen, gingen thuis vuile kleren aan trekken en staken de handen mee uit de mouwen.

Er werd in opdracht van Stadslab2050 een video gemaakt van deze dag, die je hier kan terug zien:

http://www.stadslab2050.be/klimaatadaptatie/groene-ader/video-wat-gebeurt-er-als-bewoners-samen-hun-wijk-vergroenen